fragment uit het dagboek van een herdershond in 2026
Registratie als overheidsvoorschrift
Wie op Kerstavond een kerk bezocht, kent Jezus’ geboorteverhaal. Een overheidsvoorschrift dwong Jozef en de hoogzwangere Maria tot registratie. Verplicht naar Bethlehem waar geen plaats in de herberg was en Jezus in het veld geboren werd. Daar ontdekt door Zijn gelijken: herders, de outcast van die dagen.
Wie in Bethlehem de herbergier (m/v) was, is onbekend. Die is dus door geen enkele mens informerend bevraagd. Toch is de publieke opinie die van een hardvochtige menstype dat een stel in nood de deur wijst.
17 Maart ging iemand voor de Nederlandse overheid op naar Ter Apel voor registratie, als asielzoeker. Die reis strandde in Emmen bij de H. Pauluskerk waar de koster de deur had geopend voor de Engelstalige Eucharistie.
Als ware koster van een godshuis haalde hij de gast binnen, bood toiletgelegenheid en schonk thee. Zo hoort het in Jezus’ naam! De parochie is met reden vernoemd naar De Goede Herder.
De pastoor werd geïnformeerd.
Joods-christelijk betekent gastvrij zijn
Uit eigen beurs gaf ik de koster wat geld, zodat onze gast de eerste dagen in Ter Apel in de meest dringende behoefte kon voorzien. Soms duurt het even voordat zakgeld beschikbaar komt dat erg karig is, anders dan boze tongen beweren.
In de keuken warmde ik iets op; wie komend van elders hier strandt zal honger hebben.
De gast die ik nog niet gezien had, bracht ik de warme maaltijd. Een vriendelijke jongeman van 23 jaar afkomstig uit een streng islamitisch land waarvan u en ik niet vrolijk worden.
Liefdesperikelen lagen bij hem emotioneel aan de oppervlakte. Hij sprak over zijn boyfriend. Komend uit een streng islamitisch land én homoseksueel! Dat land van herkomst geeft daarvoor de doodstraf. OEI.
Sommige mensen die tegen asielzoekers zijn, beroepen zich op de joods-christelijke traditie van ons land. Dat klinkt redelijk en … is bijna geloofwaardig. Bijna!
Wat zij negeren: dat joods-christelijke heeft ook nog een inhoud!
Inhoud naar de mores mét het bijbehorende niveau van Jezus! Dat is heel iets anders dan wat onze populistische en ontkerkelijkte tijdsgeest verstaat.
Deze jongeman - homoseksueel - terugsturen naar land van herkomst waar hem doodvonnis en executie wachten? Wie dat wil, is oneindig gruwelijker dan die herbergier van Bethlehem zou kunnen zijn.
De gast deed betrokken mee in de Engelstalige Mis. Tijdens de Mis had ik het gevoel dat God deze jongeman niet zo maar op mijn pad stuurde. Na die viering en het koffiedrinken namen we afscheid. De koster bracht hem naar Ter Apel.
Later die avond kreeg ik de Whatsapp: ‘Ter Apel vol. Zelfs overloop vol. Mag ik m brengen.’
Vanzelfsprekend!
De vreemdeling in huis, een gelovig leerproces
De loge informeerde waarom ik hem zo maar opneem in huis. Mijn antwoord: ‘Mijn geloof zegt dat ik dat voor jou moet doen.’
Ik citeerde Jezus’ leerling Jacobus. ‘Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten en iemand van u zou hun zeggen: ‘Ga in vrede, houd u warm en eet maar goed’, zonder hun te geven wat ze nodig hebben, wat heeft dat voor zin? Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, als het zich niet uit in daden, dood.’ (Jacobus 2, 15)
Jezus zelf sprak meer dan eens over de omgang met de vreemdeling, die onze naaste ook is.
‘Als ik je buiten had laten staan, met een “welterusten” de deur had gesloten: voor jou een ellendige nacht. Waar moet je heen, hoe kom je de nacht door? Beroerd voor jou en Jezus terecht kwaad op mij. Als priester moet ik beter dan wie dan ook weten wat Jezus van zijn volgelingen verwacht.’
Ik bekende dat gastvrijheid voor mij een leerproces is.
Eerst was er de onbekende Poolse student die geen kamer kon vinden. Daarna de even onbekende Syrische statushouder wachtend op huisvesting in Emmen en nu hij.
Ik dacht aan mijn eerdere blog getiteld ‘een sodomiet in Made’. Dé zonde van het Bijbelse Sodom was niet een seksuele oriëntatie maar schending van heilige gastvrijheid. Ik hield het voor mij; voor dat moment geen geschikt gespreksonderwerp. Aan de Bijbelse zonde van de ongastvrijheid maak ik mij niet meer schuldig.
Tijdens ons gesprek weer dat gevoel: God stuurt hem niet zo maar op mij af. In een flits dacht ik aan Abraham, die bij de eik van Mamre onverwacht bezoek kreeg.
De gesprekken gingen diep. De Engelse aanspreektitel voor een priester is ‘father’. Het was de allereerste keer dat hij zo’n soort term gebruikte. Pijnlijk veelzeggend over het leven van deze jongeman.
De volgende dag werd een asieladvocaat geregeld. Daags daarna een ontmoeting met die advocaat en aansluitend op naar het aanmeldcentrum Ter Apel. Daar ging iets verkeerd.
Eer de Stille Aanbidding begon, stond hij met koffer en rugzak weer in de H. Pauluskerk.
Het vaderschap van Jozef, echtgenoot van Maria
Zelden zag ik een mens zó radeloos verloren. Zonder hoop.
Afkomstig uit een akelig streng islamitisch land, homoseksueel én dan geen mens op deze wereld hebben, geen plek om te verblijven. Hoe ellendig kan het zijn?
Die dag was het hoogfeest van de H. Jozef. De man die geen kind verwekte maar wél vader was.
Jozef was als een vader voor Jezus. Die gaf vanaf het kruis Maria de opdracht om moeder te zijn voor zijn leerling Johannes. Katholieken noemen haar zelfs moeder van alle gelovigen!
Mijn moeder ‘adopteerde’ een seminarist, enige kind van zijn ouders. Dan had hij broers en zussen om later niet alleen te zijn. Tot op vandaag is mijn collega het elfde kind in ons
gezin.
Wat Jozef, Maria, mijn moeder en zoveel anderen bewonderingswaardig concreet deden en doen! Vanuit medemenselijkheid, vanuit geloof. En ik?
Op het feest van de Jozef werd helder waarom ik steeds voelde dat God deze jongeman niet zo maar op mij afstuurde.
In het spoor van Jozef bood ik mij aan als zijn vader, er te zullen zijn op momenten dat hij (!) dat nodig heeft. Dat mijn huis zijn thuis is, waar de deur openstaat en waar hij gerespecteerd wordt als homoseksueel, moslim en zijn nationaliteit.
Die avond mailde ik de bisschop dat ik (voorlopig) inwoning had en wie die persoon was.
De jongeman die ik als mijn zoon mag zien, is een plezierige huisgenoot. Hij heeft een mooie ziel, mooier dan dat hij het soms van zichzelf ziet. Niet ieders zelfbeeld is altijd zuiver.
Nog al wat mensen hebben een veel te fraai beeld van zichzelf en anderen omgekeerd.
De jongeman ging mee naar de Chrismamis in de kathedraal. Het warme welkom van de ambtsbroeders en pastoraal werksters verblijdde hem. De bisschop kwam hem tegemoet, wist wie hij was en kende zijn situatie. Na bemoedigende pastorale woorden gaf hij spontaan zijn bisschoppelijke zegen.
Dagelijks hadden zoon en vader diepgaande gesprekken. Na een gesprek was hij lang aan het videobellen met de boyfriend! Onze gesprekken en de zijne met de boyfriend droegen vrucht.
Op Witte Donderdag keerde de vreemdeling die mijn zoon werd terug naar zijn boyfriend. Voor hen beide: gelukkig maar!
Jezus door emotie bewogen
Het waren drie intense weken. Sommige collegae en een enkele vrijwilliger hadden dat door.
Geraakt door emotie stokte ik tijdens de eredienst in Erica in het Eucharistisch gebed. Zo’n gebed dreun ik niet zielloos op als “kerkelijke ambtenaar”, als je echt doorhebt en probeert te leven wat je bidt…
De Bijbel leert dat ook Jezus emoties had. Eigen aan mens-zijn.
Als het levensverhaal en het lot van de jongeman mij onberoerd lieten, had mij iets ernstigs gemankeerd: een kil en versteend hart. Ver verwijderd van Jezus. Ik had dan serieus in therapie gemoeten.
Emoties ook om zijn toekomst. Wat als de Immigratie en Nationalisatie Dienst (IND) hem afwijst en terugstuurt naar land van herkomst? Te gruwelijk om aan te denken.
In een wereld die alsmaar verder afglijdt in haat en geweld met daarbij het politieke gemanipuleer van de religies klinken de woorden van paus Leo XIV: 'Vrede is niet slechts
een machtsevenwicht; het is het werk van gezuiverde harten, van hen die anderen zien als broeders en zusters die beschermd moeten worden, niet als vijanden die verslagen moeten worden.'
Iemand afkomstig uit een naargeestig islamitisch land, dus moslim én homoseksueel heb
ik niet ontmoet als een vijand die verslagen (“genezen” of bekeerd) moet worden maar als een broeder, zelfs als een zoon, die beschermd moet worden.
Een goede leerschool voor mij.
Memory Lane: Gods geduld met mij
Vanuit Jezus bezien, heeft de zuivering van mijn hart nog een flink traject te gaan. Ik ken mijzelf, God kent mij ook en Hij doorziet elke schone schijn.
Terugkijkend is er toch al traject afgelegd. Exact 40 jaar geleden was ik zelf 23 jaar, zoals de vreemdeling die mij tot zoon werd.
Ik weet donders goed hoe ik er toen zelf bijstond: als aartsvader Jacob worstelend met God, worstelend met mijzelf en worstelend met de hele wereld.
Iemand leerde mij om onder Gods hoede te stoppen om de façade overeind te houden die anderen graag zagen. Mezelf worden, vanuit God. Niet als vrome prietpraat maar in gelovig handelen en idem persoonsvorming.
Sindsdien verstreken 40 levensjaren van geloofsgroei en daarmee groei in mijn christelijke persoonsvorming.
Dagelijks vier ik die eredienst waarvan paus Leo zegt: ‘Het is door de Eucharistie dat onze handen ook ‘handen van de verrezen Christus’ worden, getuigen van zijn aanwezigheid, zijn barmhartigheid, zijn vrede, in de tekenen van werk, opoffering, ziekte en het verstrijken van de jaren, die daar vaak ingegrift staan, zoals in de tederheid van een streling, een omhelzing of een gebaar van naastenliefde.’ Het is waar.
Begin deze eeuw, in Klazienaveen, vroeg iemand of hij in de garage mocht slapen. Met de
kennis van nu schaam ik mij dood: mijn antwoord was negatief. “Je weet maar nooit wat je binnenhaalt. Toch?” Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. God wees mij, zondaar, genadig!!
Gelukkig gaf God mij tijd van leven om gelovig te blijven groeien, een beetje wijzer te worden in Zijn ogen.
Met vallen en opstaan, stap voor stap en soms met horten en stoten mag ik al 63 jaar lang steeds weer een beetje meer op Jezus lijken. Niet als mijn “verdienste” (ik heb nog een fors traject te gaan!) maar geschonken door Gods onbegrensde goedheid. Het oeverloze
geduld dat God met mij had en nog steeds heeft! GOD IS GOED!
God is zo goed, dat Hij mij op oudere leeftijd en als celibataire priester een zoon gaf in wiens leven ik de dienstbare vader mag zijn. Ik voelde het correct, God stuurde deze jongeman niet zo maar in mijn leven.
Was ik als priester een late roeping, in vaderschap is het niet anders. Ik ben nu eenmaal een laatbloeier. Als het maar een keer tot bloei komt!
Preken over de parabel van de Barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 25-36) met de leviet en de priester die om het slachtoffer heenliepen?
Zij dachten: ‘Wat gebeurt er met mij als ik stop om deze man te helpen?’ Het egocentrisch denken en handelen van alle tijden en culturen.
Vanuit Jezus is de vraag: ‘Wat gebeurt er met deze man als ik niet help?’ Wat Hemzelf overkwam (het kruis) in zijn hulpverlening aan de mensheid, hield Jezus ook niet tegen.
Jezus sprak over zijn echte verwanten: ‘Kijk hier zijn mijn moeder en mijn broers. Want wie de wil doet van mijn Vader in de hemel, die is mijn broer en zuster en moeder.’ (Matt. 12, 50) Een glimp van wat kan zijn, gebeurt nu al!
Wat dat onverwacht oplevert: een zoon en dat op mijn leeftijd en mijn levensstaat!!!
Hoort u ooit een zekere persoon mij aanspreken met ‘dad’? Dan weet u nu van de hoed en de rand. Waar zijn land van herkomst repressief is, is nergens een naam genoemd.